Nieuws

Frans Hoogendoorn in Gemeentemuseum: Ode aan bescheiden modegrootheid

Hij was de jongste van de generatie Vos-Govers-Molenaar, maar inmiddels is de Haagse couturier Frans Hoogendoorn zelf de nestor van de Nederlandse mode.

Door Jasper Gramsma

Zijn clientèle weet al ruim veertig jaar dat Frans Hoogendoorn (74) een echte vakman is. Toch valt hem pas sinds kort de erkenning van het grote publiek ten deel. De innemende couturier is geridderd, hij ontwierp een lijn voor het populaire modemerk LaDress en nu is er een eigen modetentoonstelling in het Gemeentemuseum. “Dat ik de spotlights zou mijden, is een eigen leven gaan leiden”, zegt Hoogendoorn terwijl hij vlak voor de officiële opening de laatste poppen nog van hoeden voorziet. “Ik doe dat vooral om mijn klanten te beschermen, zij hebben geen behoefte aan fotografen en televisie. Maar deze tentoonstelling is natuurlijk wel een hoogtepunt voor me.”

Bescheidenheid kenmerkt de Haagse modeman, al tonen zijn creaties vaak het tegenovergestelde. Zodra je de zaal betreedt, word je overweldigd door een muur van zijn kleurrijkste ontwerpen met de typische strakke lijnen. Een kobaltblauwe tailleur van zijde wordt afgewisseld door een felgele jurk met grote knopen en een fuchsiaroze ensemble met paisley-motief. Ze komen goed tot hun recht onder de art direction van Maarten Spruyt. “Dat was wel even wennen,” geeft Hoogendoorn toe. “Ik heb altijd zelf gedecoreerd, maar het is interessant om te zien wat een ander ermee doet. Hoe hij de bijous etaleert op houten handen bijvoorbeeld, enig!”

Ingetogen
Dat het ook ingetogen kan, bewijst de zwart-witopstelling even verderop. “Hiertussen staat een avondjurk met queue (kussen op de derrière, red.) uit 1997, dat is een van mijn favorieten. En de japon uit een variatie van stoffen met smaragdgroene strik als finishing touch is wat mij betreft ook een typische Hoogendoorn,” aldus de couturier, die voor de expositie kleding in bruikleen heeft van zijn klanten. “Aan het rek hangt een deel van de garderobe van mevrouw Van der Kun, mijn eerste en nog steeds trouwe klant.” En dan lachend: “Ze zei: Je kunt gerust meer lenen, zolang het niet de stukken uit m’n winterkast zijn. Die kan ik geen drieënhalve maand missen’.”

De anekdote zegt veel over de kwaliteit, de tijdloosheid en de draagbaarheid van Hoogendoorns werk. “Mijn handschrift is weleens ‘hedendaags in de klassieke traditie’ genoemd. Dat vind ik een mooie omschrijving.” In zijn creaties is Parijs nooit ver weg. Geen wonder, want als jonge ontwerper liet hij zich inspireren door het architecturale van Balenciaga, de stijl van Givenchy en de kleurstellingen van Saint Laurent. Na een stage bij hoedenmaakster Mimi de Graaf maakte Hoogendoorn via Jean Louzac de definitieve overstap naar de mode. In 1974 begon hij zijn eigen salon, eerst aan de Mauritskade, later in de Molenstraat.

Hoewel hij in Kralingen is geboren, voelt Hoogendoorn zich een echte Haagse couturier. En wie rondkijkt in zijn klantenkring kan eigenlijk ook niets anders concluderen. Ambassadeurs, politici en hofdames: allemaal zijn ze kind aan huis bij hem. Een bijzondere plek op de expositie is voorbehouden aan de koninklijke familie. Het meest in het oog springt het iconische witte pak dat prinses Irene droeg tijdens de uitvaart van prins Bernhard. “Het is een sterk beeld dat erg verbonden is met mijn werk. Heel speciaal dat ze het voor deze gelegenheid wilde uitlenen,” vindt Hoogendoorn. Ook de bruidsjurken die hij maakte voor de prinsessen Margarita en Anita zijn te bewonderen.

Inspirator
Verrassend is de prominente plaats die de mode-illustraties van Hoogendoorn innemen, zowel in de zaal als in de catalogus die bij de tentoonstelling verscheen. De stijlvolle tekeningen van begin jaren zestig tot nu doen denken aan het werk van de vermaarde illustrator René Gruau. De gelijkenis blijkt geen toeval: “Samen met Constance Wibaut van het weekblad Elsevier was hij een grote inspirator voor me.” Het tekenen is een talent van Frans Hoogendoorn dat tot nu toe onderbelicht bleef. “Het meeste hangt normaal gesproken gewoon bij mij thuis aan de wand. Slechts een enkele keer heb ik er één verkocht of cadeau gegeven.”

Hoewel er tientallen creaties te zien zijn in het Gemeentemuseum, was het moeilijk om een selectie te maken uit vijf decennia aan materiaal. De ontwerper kent alle collecties uit zijn hoofd en herinnert zich vrijwel elke opdracht voor klanten. “Vaak weet ik zelfs nog wat ze bij welke gelegenheid hebben gedragen,” bekent hij. “Ik had er natuurlijk veel meer willen laten zien. Ach, het is een kwestie van kill your darlings.”

‘Frans Hoogendoorn – Een Haagse couturier’, t/m 18 februari 2018, Gemeentemuseum Den Haag. Meer informatie: www.gemeentemuseum.nl

Tot nu toe bleven modetekeningen, zoals deze uit 1963, onderbelicht. | Illustratie: Frans Hoogendoorn

Abonnee worden van DHC? Klik hier.

Lees verder:

Meest gelezen

Tweets van @DenHaagCentraal