'De nieuwe TINA-tram ademt de tijdgeest'
Column

‘De nieuwe TINA-tram ademt de tijdgeest’

Nieuws Opinie

De gloednieuwe TINA-trams rijden nu echt door de stad. Tijdens een ritje denkt columnist Christiaan Weijts weemoedig terug aan de oude trams.

Hij lijkt te glimlachen als hij aankomt, de nieuwe TINA-tram. Onder het grote raam van de bestuurder hebben de koplampen iets weg van pretogen of appelwangen, alsof hij net iets leuks gehoord heeft.

Al sinds september zou hij testrondjes rijden, maar nu pas zag ik hem eindelijk opduiken op een ov-tracker. Lijn 2. Ik haastte me naar het beginpunt, Kraayenstein, en daar kwam hij aan gegleden, voertuig 7002b. Hypermodern Zwitsers fabricaat, dat de iconische beige-rode rammelbakken komt vervangen die in de jaren tachtig en negentig werden gebouwd in België.

TINA lacht vriendelijk. TINA is ruim. Vooral als je achterin gaat zitten, bij de enorme panoramaruiten, baad je zalig in het nazomerlicht. De meeste instappers lijken niets van alle nieuwigheid te merken, of doen koeltjes alsof. Een enkeling laat de blik door die frisse, open ruimte zweven, voor zich weer vast te hechten aan het telefoonschermpje.

TINA is efficiënt. Overal USB-poorten voor die schermpjes. De elektromotoren zoemen discreet. Subtiele ledverlichting. Lage instap. Geen verhoogde zitgedeelten meer, geen drempels. Alles is vloeiend.

Het probleem begint zodra je gaat zitten. Een meneer die tegenover mij instapt bij Eik en Duinen begint er ook meteen over, terwijl hij ongemakkelijk heen en weer schuift op zijn stoel. Of eigenlijk: op zijn plakje kunststof, rood en grijs, van amper twee centimeter dik, vastgeschroefd op een houtkleurige ondergrond.

Het nieuwe reizen is gebouwd op staan, doorstroming en toegankelijkheid

Halverwege de rit, bij het Centraal Station, hobbelt er zo’n hoge oude rood-beige rammelaar langs, achter mijn glazen pui. Tram 6. Plotseling voel ik daar een haast gewelddadig heimwee naar. Dat ossenrode kunstleer. Hoe uitgelubberd, hoe versleten ook, en hoeveel schuimrubber er ook uitpuilde: je zát. Royaal als in een tweedehands bankstel.

De TINA ademt de tijdgeest. Ze is een doorstroomlocatie. Jazeker, de cijfers zijn indrukwekkend. Maar liefst 246 passagiers kun je erin proppen. De oude GTL8 had 77 zitplekken; TINA heeft er 84. Dat is overigens nog altijd twee minder dan de blauwe RandstadRail-wagens, maar vooral: het is ínclusief 16 minimale klapstoeltjes. In feite zijn er dus maar 68 vaste plekken. Dat is 9 mínder dan die rammelbakken.

Het nieuwe reizen is gebouwd op staan, doorstroming en toegankelijkheid. Hangplekken in overvloed. De stangen hangen vol met lussen. Omdat het voertuig breder is, is er zelfs ruimte voor een verticale stang die zich in drieën splitst op armhoogte, zodat je er gemakkelijker in trossen aan kunt hangen terwijl – anders dan bij die schommelende en schokkende Belgische voorganger – het risico op fysiek contact tot een minimum beperkt blijft.

Weer glijdt er een Belg langs, beplakt met gemeente-info. ‘Nou wordt-ie helemaal mooi!’ staat er op de romp van deze lijn 6. De slogan van het grote uitrangeren. Meer ‘comfort’, belooft de tekst ook nog.

De werkelijkheid blijkt stugger: je zit niet ín de stoelen, je zit eróp. Ongetwijfeld zijn die dunne kussenpaneeltjes efficiënter en hygiënischer dan de blauwe, gestoffeerde RandstadRail-zetels, maar zitcomfort komt op de tweede plaats.

Ik tik dit op net zo’n dun bankje bij de Starbucks van de Mall of the Netherlands – het eindpunt. Het is luttele minuten voor openingstijd. Een veegwagentje wrijft de glanzende marmertegels op. De mensen van de modezaken, juweliers en opticiens poetsen hun ramen en vitrines.

Alles is glad. Net als TINA’s grote informatieschermen aan boord. Alleen het klokje rechtsboven gaf 18.34 aan toen het 09.34 was. Verder was hij helemaal van deze tijd.