Dreiging van ‘potentieel veiligheidsrisico’ door drones bij ambassades neemt toe, maar handhaving blijft achter
Onderzoek

Dreiging van ‘potentieel veiligheidsrisico’ door drones bij ambassades neemt toe, maar handhaving blijft achter

Diepgang Internationaal Uitgesloten van Paywall

Diverse ambassades maakten bij Buitenlandse Zaken melding van ongewenste drones boven hun terrein. Het ministerie noemt de vluchten een ‘potentieel veiligheidsrisico’. De gemeente Den Haag registreert die meldingen niet en de politie kan niet zeggen hoe vaak ze optrad.

| Illustratie: Nicolas Journoud

Begin deze maand vonden Duitse autoriteiten op de luchthaven van Leipzig meerdere drones met explosieven, nadat die tegen een Oekraïens vrachtvliegtuig waren gevlogen. De drones waren langs het detectiesysteem van het vliegveld gekomen. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Alexander Dobrindt sprak van een ‘hybride aanval’ en een ‘nieuw niveau van gevaar’. Volgens Amerikaanse veiligheidsdiensten zat Rusland achter het incident.

De drones in Leipzig laten zien hoe kwetsbaar gevoelige locaties zijn voor aanslagen met drones. En hoe moeilijk het is om er iets tegen te doen. Ook Den Haag worstelt met die dreiging. Meerdere ambassades hebben bij het ministerie van Buitenlandse Zaken melding gemaakt van ongewenste droneactiviteit boven het ambassadeterrein, blijkt uit onderzoek van DHC en Onderzoekscollectief Spit.

‘Onwenselijk’

Uit data van het Haagse dronedetectiesysteem, die DHC en Spit via een beroep op de Wet open overheid opvroegen, blijkt dat tussen september 2023 en september 2025 311 drones binnen een straal van dertig meter boven of nabij ambassadeterreinen en internationale organisaties zijn geregistreerd. Het ministerie noemt de vluchten ‘onwenselijk’ en spreekt van een ‘potentieel veiligheidsrisico’. Volgens Buitenlandse Zaken is sprake van droneproblematiek rond diplomatieke posten in Den Haag. Het ministerie heeft de meldingen daarom gedeeld met de politie en de gemeente.

Het is niet altijd te achterhalen wie de bestuurder van de drone is
Politie Den Haag

Buitenlandse Zaken wil niet zeggen welke ambassades melding hebben gemaakt van de drones en houdt het op ‘een aantal buitenlandse missies’. De gemeente Den Haag ontvangt zulke signalen ‘van tijd tot tijd’, maar registreert ze niet. Dat komt doordat de gemeente niet ‘de eerstverantwoordelijke partij’ is en een ‘beperkte rol’ heeft, aldus een gemeentewoordvoerder. De politie bevestigt dat er ‘regelmatig’ meldingen zijn van drones in de Haagse no-flyzones, waar ook ambassades liggen. Of die drones specifiek op ambassades zijn gericht, is niet altijd duidelijk, omdat ‘niet altijd te achterhalen is wie de bestuurder van de drone is’, zegt de politie. Soms gaat het ook om ‘hobbyisten die niet op de hoogte zijn van de regels’ of ‘particulieren die drones voor andere doeleinden gebruiken’. Over inzet en maatregelen rond ambassades doet de politie geen uitspraken.

Opbrengst Shield

Door de pilot Shield zijn vorig jaar 26.942 dronevluchten waargenomen van 3381 unieke drones. Een jaar eerder ging het nog om 11.622 vluchten van 2180 drones. De stijging is deels te verklaren door een extra sensor en de vervanging van sensoren door radars met een beter bereik. De apparatuur registreert kenmerken als locatie, hoogte, afstand, tijdstip en duur van de drones.

Honderden drones

Sinds 2024 werkt de gemeente samen met de politie om het droneverkeer in het Haagse luchtruim te monitoren. Dat gebeurt binnen de pilot Shield (zie kader). Vorig jaar werden bijna 27.000 drones via de pilot geregistreerd. In Den Haag zijn momenteel zo’n vijfhonderd ambassades en internationale organisaties gevestigd, zoals het Internationaal Gerechtshof, het Internationaal Strafhof en Europol. Vanwege de aanwezigheid van al die ‘gevoelige’ gebouwen is een groot deel van de stad aangewezen als no-flyzone, een gebied waar drones alleen met een ontheffing mogen vliegen.

Rond vrijwel alle ambassades in Den Haag zijn drones gesignaleerd, de meeste boven die van Suriname, Azerbeidzjan, Zuid-Afrika en Venezuela. Ook werden vluchten geregistreerd bij het Internationaal Strafhof, UNHCR, het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen (IRMCT) en het Iran-Verenigde Staten Claims Tribunaal (IUSCT). Of deze vluchten daadwerkelijk de ambassades en internationale organisaties als doel hadden, blijkt niet uit de gegevens. De registratie laat zien waar de drones zijn gedetecteerd, maar niet wie de bestuurder was. Ook wordt niet geregistreerd of de politie heeft gehandhaafd.

Opvallend is dat rond de Amerikaanse ambassade in Wassenaar geen drones zijn geregistreerd

Op de vraag of er zorgen zijn over ongewenst droneverkeer, reageerde geen van de bovengenoemde ambassades. Het IRMCT zegt ‘passende beveiligingsprotocollen’ te hanteren en ‘nauw samen te werken met de Nederlandse autoriteiten bij zaken die betrekking hebben op onze gebouwen’. Het Internationaal Strafhof laat weten ‘nauwe contacten met het gastland over veiligheidsgerelateerde zaken’ te onderhouden. UNHCR kan ‘helaas’ niet reageren op ‘zaken over veiligheid’. Alle drie de organisaties verwezen naar de Nederlandse overheid; het IUSCT reageerde helemaal niet op vragen.

Amerikaanse ambassade

Opvallend is dat rond de Amerikaanse ambassade in Wassenaar geen drones zijn geregistreerd; de dichtstbijzijnde drone werd op een afstand van 231 meter van de ambassade gedetecteerd. Vliegen daar dan geen drones? Navraag bij Shield leert dat er voorbij de grens tussen Den Haag en Wassenaar ‘minder detecties’ zijn. Volgens Shield is de waarschijnlijkste verklaring dat ‘onze sensoren daar minder goede dekking hebben en er om die reden minder drones rond de Amerikaanse ambassade zijn geconstateerd’.

De beveiliging rond de ambassade van de VS ligt extra gevoelig omdat diverse Europese veiligheidsdiensten, waaronder de Nederlandse AIVD, waarschuwen dat pro-Iraanse actoren zich expliciet richten op Amerikaanse doelwitten, sinds de aanvallen van de VS en Israël op het land begonnen. De Amerikaanse ambassade in Nederland riep Amerikaanse burgers in maart nog op tot waakzaamheid, na een aanslag bij een Rotterdamse synagoge, een joodse school in Amsterdam en een Amerikaanse bank op de Zuidas.

Het luchtruim boven ambassades maakt geen deel uit van de gebouwen van de zending
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Nederland is als gastland verplicht de veiligheid van ambassades te waarborgen. Artikel 22 van het Verdrag van Wenen legt de gaststaat de ‘bijzondere verplichting’ op om passende maatregelen te nemen tegen het binnendringen van of het toebrengen van schade aan een ambassadegebouw, en om te voorkomen dat de rust van de missie wordt verstoord. Maar geldt dat ook voor het luchtruim erboven? Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken niet. ‘Het luchtruim boven ambassades maakt geen deel uit van de gebouwen van de zending,’ schrijft het ministerie in antwoord op onze vragen. ‘De daarboven gesignaleerde drones maken dan ook geen inbreuk op de onschendbaarheid van de ambassades.’

Onthulling

DHC en Spit onthulden in december dat drones boven ministeries, in diplomatieke wijken, rond internationale conferentielocaties en boven vitale infrastructuur hebben gevlogen. Deze vluchten vonden plaats tussen september 2023 en september 2024. Een gemeentewoordvoerder liet toen weten dat ‘de data laten zien dat de no-flyzones op dit moment nog niet het gewenste effect hebben’ en dat ‘met de rijksoverheid gesprekken worden gevoerd hoe we beter om kunnen gaan met no-flyzones’. Voor dit artikel ontvingen DHC en Spit een nieuwe dataset met dronevluchten tussen september 2024 en september 2025. De dronedata van twee weken rond de NAVO-top in juni 2025 ontbreken; die zijn naar het oordeel van de gemeente te gevoelig om openbaar te maken.

Onschendbaarheid

Maar volgens Cedric Ryngaert, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Utrecht, houdt de verantwoordelijkheid van Nederland daar niet op. “Als activiteiten in het luchtruim mogelijke effecten hebben op de belangen van de vreemde staat, bijvoorbeeld als een drone foto’s neemt van het ambassadeterrein of bepaalde objecten laat vallen, is de onschendbaarheid van de ambassade toch in het geding.” Ryngaert noemt als voorbeeld de Russische ambassade in Stockholm, waarboven een drone in 2024 een emmer rode verf liet vallen. “De gaststaat heeft een zorgplicht om dit te voorkomen.”

Linksom of rechtsom zal er toch een technische oplossing moeten worden verzonnen
Cedric Ryngaert hoogleraar internationaal recht

Meer handhaving

Dat is volgens Ryngaert een inspanningsverplichting: Nederland hoeft niet te garanderen dat er nooit een drone boven een ambassade verschijnt, maar moet wel doen wat redelijkerwijs in zijn macht ligt. Wie jarenlang duizenden illegale drones registreert zonder handhaving of vergunningencontrole, kan volgens Ryngaert niet stellen aan die verplichting te voldoen.

Wat er dan wel zou moeten gebeuren? Ryngaert denkt aan een serieuzer vergunningen- en handhavingssysteem, en eventueel counter-dronesystemen die ambassades met het gastland delen. Makkelijk is dat niet in een dichtbebouwde binnenstad waar ook legitiem wordt gevlogen. “Linksom of rechtsom zal er toch een technische oplossing moeten worden verzonnen om te voorkomen dat drones veiligheidsrisico’s voor ambassadeterreinen vormen.”

De noodzaak voor zo’n oplossing wordt onderstreept door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). In het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland staat voor het eerst een apart kader over drones als terroristisch aanslagmiddel. Volgens de NCTV zijn in Europa de afgelopen vijf jaar ‘enkele jihadistische aanslagen met een drone’ verijdeld. Ook waarschuwt de organisatie voor de gevolgen van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne voor de terroristische dreiging van drones ‘in en tegen het Westen’. Het recente incident in Leipzig illustreert dat risico. Handleidingen waarmee drones kunnen worden omgebouwd tot aanslagmiddel zijn volgens de NCTV verspreid door ISIS en Al Qaida.

De Nederlandse overheid wil de aanpak van ongewenste drones de komende jaren uitbreiden. De NCTV schrijft dat de regering structureel middelen inzet om ‘gericht kennis op te bouwen voor het bestrijden van ongewenste drones’. Staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk (CDA) noemt de dreiging van een drone-aanval ‘reëel’. Ook de gemeente Den Haag benadrukt het belang van samenwerking met andere partijen.

Bij een overtreding kan er een boete worden uitgedeeld, maar iemand even aanspreken is vaak ook genoeg
Max van Meerten manager Digitale Innovatie Gemeente Den Haag

Shield schrijft in de meest recente evaluatie dat het, gezien de snel veranderende geopolitieke situatie en het dreigingsbeeld, belangrijk is ‘dat zowel politie als gemeente flexibel blijft en kan opschalen of aanpassen bij veranderende omstandigheden’ en dat het daarbij van belang is dat de gemeente Den Haag ‘meer grip [krijgt] op het lagere luchtruim in de stad’.

Maar de gemeente loopt al snel tegen de grenzen van haar bevoegdheden aan, omdat zij niet over de regelgeving voor drones gaat en ook niet verantwoordelijk is voor de handhaving. Ook zei de gemeente eerder tegen DHC en Spit dat no-flyzones nog niet het gewenste effect hebben (zie kader).

Kunstmatige intelligentie

En de politie, die wel verantwoordelijk is voor de handhaving van droneovertredingen, kan niet altijd optreden omdat een dronevlucht meestal maar kort duurt. Daarnaast zijn er veel dronevluchten die niet aan de regels voldoen en is de capaciteit schaars, zegt een woordvoerder. Shield heeft daarom met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) een systeem ontwikkeld dat voorspelt bij welke drones het risico op een overtreding hoog is. Het zogeheten Drone Early Warning System wordt binnenkort door de politie getest tijdens een handhavingsproef.

“Volgend jaar starten we daarmee,” vertelt Max van Meerten, manager Digitale Innovatie en Smart City bij de gemeente Den Haag. “We kijken naar drones die de grootste risico’s vertonen, zoals hoge snelheden, erg hoog vliegen, nachtvluchten en vliegen op gevoelige locaties. Via AI maken we daar een selectie van. Een handhaver krijgt daarna een bericht en gaat vervolgens naar die locatie.” De proef vindt plaats in de duinen, vertelt Van Meerten. De locatie rond het Oostduinpark is door Shield aangewezen als risicolocatie, omdat het waterwingebied van Dunea zich daar bevindt. “Bij een overtreding kan er een boete worden uitgedeeld, maar iemand even aanspreken is vaak ook genoeg,” zegt hij.

Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door Stichting Luis in de Pels en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.