ADO Den Haag terug in de Eredivisie: zo verhoudt het Haagse budget zich tot de rest - Den Haag Centraal

ADO Den Haag terug in de Eredivisie: zo verhoudt het Haagse budget zich tot de rest

Partnerbijdragen

Na vijf seizoenen in de Keuken Kampioen Divisie speelt ADO Den Haag weer op het hoogste niveau. De promotie was overtuigend: 89 punten uit 38 wedstrijden, elf punten meer dan sc Cambuur en eenentwintig meer dan Willem II.

Sportief hoort ADO in de eredivisie, maar financieel is de stap groter dan de ranglijst doet vermoeden.

Een begroting van €19 miljoen

ADO begint aan het seizoen 2026/27 met een begroting van €19 miljoen. Dat is evenveel als Sparta Rotterdam, dat zich al jaren in de middenmoot handhaaft. Van de drie promovendi zit ADO in het midden: Willem II heeft €21 miljoen te besteden en sc Cambuur €17 miljoen.

Pas naast de top wordt het verschil goed zichtbaar. Ajax werkt met €160 miljoen, PSV met €150 miljoen en Feyenoord met €140 miljoen. Dat is ruim acht keer zoveel als in Den Haag. Wie de begrotingen van alle Eredivisieclubs naast elkaar legt, ziet dat de competitie in feite uit drie lagen bestaat: drie grootmachten, een subtop rond AZ en FC Twente, en daaronder een brede groep clubs met budgetten tussen de €10 en €30 miljoen. ADO speelt in die laatste groep.

Wat promotie financieel oplevert

Terug in de Eredivisie krijgt een club direct meer inkomsten. De belangrijkste zijn de tv-gelden: een Eredivisieclub ontvangt gemiddeld tussen de €7 en €10 miljoen per seizoen, een veelvoud van wat in de KKD wordt verdeeld. Voor een club met een begroting van €19 miljoen is dat een flink deel van het totaal.

Daarnaast groeit de commerciële waarde. Wedstrijden tegen Ajax, PSV en Feyenoord trekken meer publiek en meer media-aandacht, waardoor een sponsorpakket bij ADO aantrekkelijker wordt. Voor Haagse ondernemers in de businessclub levert een Eredivisiewedstrijd bovendien een ander netwerk en andere zichtbaarheid op dan een duel in de KKD.

Tegenover die hogere inkomsten staan ook hogere kosten. Spelers op Eredivisieniveau verdienen meer, de selectie moet breder en er gelden strengere eisen aan faciliteiten en organisatie. Een promovendus moet dus investeren zonder de begroting uit balans te brengen.

Wat andere kleine clubs laten zien

Een beperkt budget hoeft geen degradatie te betekenen. Telstar handhaafde zich vorig seizoen in zijn eerste Eredivisiejaar, ook al had het de laagste begroting van de competitie. Excelsior speelde zich met €12 miljoen direct veilig. Andersom lukt het clubs met meer geld niet altijd om hun budget om te zetten in punten.

Wat dan telt, is beleid: goede scouting, een stabiele technische staf en een selectie die als team functioneert. AZ en FC Twente laten al jaren zien hoe ver je met een doordachte koers kunt komen. Voor ADO ligt de lat lager, maar het principe is hetzelfde. Slim besteden is belangrijker dan veel besteden.

De stad en de club

ADO is meer dan een voetbalclub. Voor veel Hagenaars is het een ijkpunt, en de club heeft een achterban die in de KKD-jaren trouw is gebleven. Die betrokkenheid telt ook financieel, want een vol stadion en een actieve supportersgroep maken een club aantrekkelijker voor lokale en landelijke partners.

Voor de stad levert Eredivisievoetbal ook iets op. Op wedstrijddagen komen bezoekers uit het hele land naar Den Haag, en de naam van de stad is elke week in de landelijke sportverslaggeving te zien.

Handhaving als eerste doel

De vorige keer dat ADO promoveerde, in 2008, bleef de club dertien seizoenen op rij in de Eredivisie. Zo’n periode van stabiliteit is ook nu de ambitie. Met een budget dat gelijk is aan dat van een gevestigde middenmoter heeft ADO een reële uitgangspositie. Het eerste seizoen staat in het teken van handhaving. Lukt dat, dan groeien de inkomsten verder en kan de club bouwen aan een nieuwe periode op het hoogste niveau.